070 357 0800

Aanpassingen budget Wmo en JW

Vanaf 2017 zullen aanpassingen in het budget van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet (JW) worden doorgevoerd. Dit komt doordat groepen cliënten in een ander domein zijn terechtgekomen dan aanvankelijk werd aangenomen. Tijdens het bestuurlijk overleg op 24 augustus 2016 bereikten de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk overeenstemming over de mutaties. In 2017 gaat het om een negatieve bijstelling van in totaal € 179 miljoen voor de Wmo en € 47 miljoen voor JW.

Verkeerde veronderstellingen
De oorzaak van de mutaties ligt niet in het gemeentelijk beleid, maar in verkeerde veronderstellingen in de oorspronkelijke budgettoedeling richting gemeenten. Daarbij zijn groepen cliënten onterecht onder de JW en/of de Wmo geschaard, terwijl zij feitelijk onder de Wet langdurige zorg vallen. Gemeenten hadden (en krijgen) dan ook geen uitgaven voor deze groepen cliënten.

Groepen in kwestie
De mutaties gelden voor de volgende groepen:

1. Overgangsrecht Volledig Pakket Thuis (VPT)
Het overgangsrecht voor mensen met een VPT met een laag zorgzwaartepakket (ZZP) is levenslang verlengd. De kosten blijven daardoor ten laste van de Wlz. Het budget voor de Wmo 2015 wordt hiervoor gecorrigeerd vanaf 2017.

2. VG3
In het Zorgakkoord 2014 is het extramuraliseren van VV4 en VG3 teruggedraaid. In het budget Wmo 2015 was voor het terugdraaien van het extramuraliseren van VG3 geen correctie doorgevoerd. Ook werd nog steeds verondersteld dat 25% van deze cliënten geleidelijk zou overgaan naar gemeenten. Het gaat hier om mensen met een verstandelijke beperking die gebruikmaken van een woonvoorziening met begeleiding en verzorging.

3. K-codes GGZ-B 18-23 jarigen
Bij de hervorming van de langdurige zorg is het gehele budget dat gemoeid gaat met de K-codes (toeslag op de ZZP’s kinder- en jeugdpsychiatrie) voor alle jeugdige GGZ-B cliënten van 18 tot 23 jaar naar de gemeenten gegaan. Dit is onterecht aangezien deze groep onder de Wlz valt. De middelen die hiermee gemoeid gaan, worden overgeheveld van de JW naar de Wlz of Zorgverzekeringswet (Zvw).

4. Effect omzetting tijdelijke AWBZ-verblijfsindicaties naar Wlz-indicaties voor onbepaalde tijd
Alle cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog ZZP op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen van onbepaalde tijd. Dit betekent dat deze cliënten ook bij een afnemende zorgbehoefte hun recht houden op de Wlz in plaats van een beroep te zullen doen op de Wmo.

5. Aflopen overgangsrecht Wlz-indiceerbaren
Deze cliënten zijn in 2015 alsnog naar de Wlz gegaan. Hun overgangsrecht loopt nu af. Een deel van deze groep komt uiteindelijk toch bij de gemeenten terecht (Wmo en JW). Gemeenten krijgen voor deze mensen extra geld.

6. Doorstroom GGZ-B
VWS geeft aan dat de doorstroom van mensen met een GGZ-B indicatie vanuit GGZ instellingen naar gemeenten in 2015 is achtergebleven ten opzichte van eerdere jaren. Bij de bepaling van het budget voor de gemeenten was aangenomen dat deze doorstroom stabiel zou blijven. Let wel: in het bestuurlijk overleg van 24 augustus is overeengekomen dat deze mutatie niet wordt doorgevoerd.

7. Herinstromers Wlz
Het gaat hier om mensen die bij de bepaling van de budgetten richting gemeenten (2015) een laag ZZP hadden en dus naar de gemeenten gingen. In feite hadden deze mensen een hoge zorgvraag, maar werd die in het verleden opgebracht vanuit hun sociale netwerk (mantelzorg). Doordat bij de toegang van de Wlz deze mantelzorg niet wordt meegerekend, is deze groep alsnog in de Wlz terechtgekomen.

8. Tijdelijk verblijf Licht verstandelijk beperkten
Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor (jong) volwassenen met een verstandelijke of licht verstandelijke beperking, die tijdelijk de behoefte hebben aan begeleiding en/of behandeling in een beschermde woonomgeving. De middelen waren echter (nog) niet overgeheveld naar de Wmo 2015. Dat gebeurt nu wel.

Resultaten bestuurlijk overleg
De resultaten van het bestuurlijk overleg van 24 augustus zijn:
• De dreigende negatieve bijstelling van € 25 miljoen uit het Gemeentefonds voor beschermd wonen (doorstroom GGZ B) is van de baan;
• Het Rijk neemt de ontwikkelingskosten voor de verbetering van het PGB-trekkingsrecht voor zijn rekening;
• De budgetten voor 2015 en 2016 worden voor de genoemde groepen cliënten niet negatief bijgesteld. Dat betekent voor 2016 dat er ruimte is gecreëerd voor de groep Licht Verstandelijk Beperkten;
• Voor de groep Licht Verstandelijk Beperkten ontvangen gemeenten vanaf 2017 structureel € 60 miljoen;
• De VNG heeft gepleit voor een verlenging van het overgangsrecht Wlz-geïndiceerden tot 1 januari 2018. Dit dient om te voorkomen dat gemeenten voor een half jaar contracten moeten afsluiten. Hierover komt op korte termijn helderheid. VNG en het Rijk spreken de komende periode verder over de toegang tot de Wlz.

Communicerende vaten
Tijdens een eerder bestuurlijk overleg in april 2016 zijn goede afspraken gemaakt over ‘geen communicerende vaten’ tussen Wlz, Zvw, Wmo en JW. Daarmee is voorkomen dat gemeenten en het Rijk elk jaar moeten ‘afrekenen’ bij groei of afname in de domeinen. Jaarlijkse afrekening doet immers geen recht aan de beweging die gemeenten maken bij de investeringen in de algemene voorzieningen, het inclusie-beleid en het wijkgerichte preventieve beleid. De nu aangebrachte mutaties maken een eind aan deze discussie.

Informatie over de precieze mutaties volgt in de septembercirculaire 2016. Hieronder vindt u een overzicht van de mutaties met nadere uitleg.
Overzicht van mutaties (augustus 2016, pdf)

https://vng.nl/files/vng/20160830_toelichting_startstreepmutaties_vng.pdf

Link:
https://vng.nl/onderwerpenindex/sociaal-domein/nieuws/vng-en-rijk-eens-over-aanpassingen-budget-wmo-en-jeugd

Sorry, the comment form is closed at this time.