070 357 0800

CAO VVT: vragen en antwoorden

De nieuwe cao VVT is ingegaan en leidt tot vragen vanuit onze sector. En dat begrijpen wij wel. Er moet veel gebeuren in een relatief korte periode en dat ook nog zo op het einde van het jaar.

Daarom gaan we de vragen die wij krijgen samen met de bijbehorende antwoorden hier beschikbaar stellen, zodat alle VVT instellingen hier voordeel van hebben.

Vraag
moet de eenmalige uitkering van 1,2 % in februari 2017 ook meegenomen worden in het voorzieningsbedrag voor 2016?

Antwoord
De voorziening die in de Verlies & Winst rekening van 2016 moet worden genomen (en dus op de balans terecht komt), is niet zozeer een voorschrift vanuit de nieuwe cao VVT, maar komt vanuit de accountantscontrole en boekhoudkundige praktijk.

Op het moment dat je als organisatie weet dat je een financieel risico loopt en het ook kunt inschatten, moet je de kosten in een voorziening opnemen. Maar dat is een keuze van elke organisatie en uw accountant. Het gaat immer om toekomstige kosten die je wellicht nu al een beetje kunt inschatten.

De 2 compensatie uitkeringen (1,2% in december en in februari 2017) vallen hier dus ook onder.
Of het nu gaat om wel of niet ORT-ontvangers, beide krijgen deze uitkering. De uitzondering wordt gemaakt achteraf als een ORT-ontvanger geen vaststellingsovereenkomst heeft getekend, dan vervallen deze 2 uitkeringen en kunnen deze teruggevorderd worden of ingehouden worden op het loon.

Terug naar de originele vraag: moet je in 2016 een voorzieningsbedrag opnemen voor de 1,2% uitkering in februari?
Daarover staat geen voorschrift in het onderhandelingsresultaat van de cao VVT. Gezien het bovenstaande is het wel verstandig om deze op te nemen.
Wij kunnen u helpen het voorzieningsbedrag te berekenen voor de historische ORT maar deze berekening wordt daarin niet standaard meegenomen. Want de voorzieningsberekening is eigenlijk een ORT risico berekening van alle medewerkers van de afgelopen 5 jaar die ORT hebben ontvangen. En daar valt een deel van deze medewerkers dus buiten.
De 1,2% van december zit er ook niet in.
Het is puur de grondslag voor de berekening van het mogelijke schikkingsbedrag inzake het verleden zoals in de cao onderhandelaarsovereenkomst is afgesproken:

“Het eerste deel van de schikking bestaat uit een bedrag gebaseerd op een berekening van mogelijk gemiste ORT over 144 verlofuren per jaar in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016. Werknemers die in deeltijd werken, periodes in deeltijd hebben gewerkt en/of die niet de gehele periode in dienst zijn geweest of periodes geen ORT hebben ontvangen, ontvangen de vergoeding naar rato. Bij de berekening wordt uitgegaan van de gemiddelde ORT over de gewerkte uren gemeten over het kalenderjaar 2015. Bij de berekening wordt rekening gehouden met periodes waarin men niet in dienst is geweest, in deeltijd heeft gewerkt en periodes waarover men geen ORT heeft ontvangen. Als de werknemer gemotiveerd van opvatting is dat het kalenderjaar 2015 geen representatief beeld geeft komen werkgever en werknemer een andere periode overeen.“

Dus het is wel verstandig maar het is geen onderdeel van de voorzieningsberekening zoals wij deze uitvoeren. Je kunt 1,2% van de kale loonsom in november opnemen als extra voorziening in de veronderstelling dat het verloop van het personeelsbestand tussen november en februari niet veel gaat veranderen. Als dat wel zo is, dan zul je een andere inschatting moeten maken.
We realiseren ons dat het nemen van voorzieningen nogal aan interpretatie onderhevig kan zijn. Er zullen ook accountants zijn die stellen dat de grondslag voor de uitkering ligt in het feit dat iemand in februari ook daadwerkelijk in dienst is en dat je daarom nu nog niet kunt zeggen dat de verplichting er al is.

Hoe dan ook, het gaat erom dat je als organisatie niet je hoofd in het zand steekt op het moment dat je weet dat er kosten aan zitten te komen die eigenlijk het gevolg zijn van handelen in het huidige kalenderjaar.

Vraag
Als medewerkers, die UIT dienst zijn, de vergoeding bij ons claimen, waar hebben zij dan recht op? Krijgen zij alleen de schikking ORT? Of ook twee keer de eenmalige uitkering van 1,2%?

Antwoord
Kijkend naar de exacte onderhandelingstekst dan wordt daar geen echte uitspraak over gedaan. Wel een impliciete.

De berekening vindt plaats door het salaris van december 2016 (en hetzelfde voor februari 2017) met 12 te vermenigvuldigen en dit met 1,2% als eenmalige uitkering te hanteren. Dit betekent dat je dus wel salaris moet ontvangen in die periode. Dus impliciet hebben ex-medewerkers hier geen recht op.

Los hiervan geldt natuurlijk dat de compensatieregeling gaat om een richtbedrag dat zo nauwkeurig mogelijk is omschreven. Maar we kunnen niet uitsluiten dat individuele medewerkers het hier niet mee eens zijn. En sommige werkgevers wellicht ook niet. Immers, als iemand per 1 december in dienst komt, dan krijgt de nieuwe werkgever de hele eenmalige uitkering voor de kiezen terwijl het gaat om een ORT regeling vanuit het verleden.

Vandaar de noodzaak tot het maken van een vaststellingsovereenkomst om dat soort discussies tot een minimum te beperken.

Kortom, nee, medewerkers die niet in dienst zijn in december 2016 respectievelijk februari 2017, krijgen niet deze eenmalige uitkering tijdens de loonverwerking.
De gedachte hierachter is dat ze deze van hun huidige (lees: nieuwe) werkgever zullen ontvangen.

Vraag
Is het reserveringsbedrag inclusief werkgeverslasten?

Antwoord
De berekening voor de nabetaling gaat uit van burto loon. Dus het bedrag dat uiteindelijk wordt bepaald per medewerker, is exclusief werkgeverslasten. Als je de voorziening compleet wilt hebben, dan kun je deze verhogen met grofweg 20 %. Een andere methode is om de werkgeverslasten in een aparte voorziening op te nemen. Het percentage dat exact gebruikt moet worden, kan in uw situatie afwijken.

Sorry, the comment form is closed at this time.