070 357 0800

Blog 3 van Menno Lanting: De impact van ‘wearables’ en de weerstand tegen nieuwe technologie

Nieuw blog van Menno Lanting. Menno geldt als dé expert op het gebied van de impact van de snel veranderende wereld op leiderschap, innovatie en hoe wij werken. In dit blog richt hij zich op ‘wearebles’ en de (mogelijke) weerstand ertegen.

Wellicht heeft u een smartwatch die de stappen telt die u op een dag zet. Of u gebruikt een sporthorloge waarmee u uw gelopen rondes deelt op Facebook. Draagbare technologie, die informatie registreert en desgewenst ook met anderen deelt, is aan een enorme opmars bezig in ons leven. Zo is de verwachting dat het gebruik van deze zogenoemde ‘wearables’ de komende jaren met 40 procent per jaar stijgt. Het is dan ook niet geheel toevallig dat wearables onderhand hun intrede doen in de zorg, al is het nog heel bescheiden.

Innovaties in de zorg

Zo lanceerde het Radboudumc vorig jaar wat ze zelf noemden een ‘slim kastje’. Ongeveer 60 patiënten van de afdeling interne geneeskunde kregen een apparaat ter grootte van een flinke afstandsbediening om de pols. Waar verpleegkundigen normaal driemaal daags de vitale functies controleren, meet het slimme kastje 24 uur per dag de bloeddruk, hartritme, temperatuur, ademhalingsfrequentie en zuurstofopname. Als het daarbij een onregelmatigheid signaleert, slaat het alarm.

Direct in de pilot bleek al dat de inzet van deze technologie voor een aanzienlijke tijdsbesparing zorgt bij het verplegend personeel. Tijd die nu besteed kan worden aan meer persoonlijk contact met de patiënt. Ook in bijvoorbeeld de ouderenzorg zijn er legio mogelijkheden voor de inzet van wearables. Ouderen kunnen bijvoorbeeld met simpele handgebaren verwarming, sloten en lichten bedienen. Zorgverleners krijgen tegelijk via informatie uit de wearables een beeld van het dagelijks leven van de ouderen: drinkt en slaapt men voldoende, is de temperatuur in de woning behaaglijk, etc. Zo kunnen zorgverleners beslissingen nemen op basis van feiten in plaats van emoties en verhalen.

Of wat te denken van de OrCam MyEye. Deze slimme mini-camera klikt u heel eenvoudig vast aan uw bril en vervolgens leest het de tekst voor die u aanwijst. Verder herkent de camera gezichten en vertelt bijvoorbeeld wie er voor u staat. Het bedrijf Microsoft maakt het echter voor blinden en slechtzienden wellicht nog makkelijker met de app ‘Seeing AI’. Deze app maakt gebruik van de camera in de smartphone en beschrijft de omgeving waarop het gericht wordt. Gericht op een gezicht kan het zelfs vertellen hoe de persoon in kwestie zich voelt.

Niet alleen zijn wearables een steeds belangrijker instrument voor patiënten en cliënten, maar ze worden ook steeds meer toegepast op de werkvloer. Zo is er de Lumo Lift, een kleine apparaatje dat u op uw rug of schouders plakt en dat uw houding registreert en u een seintje geeft als u verkeerd staat of zit. Verder zorgt de ‘Halo Edge’ armband ervoor dat u gedurende de werkdag voldoende drinkt, het meet namelijk met elektromagnetische sensoren het kalium en natrium gehalte in het bloedplasma en laat u weten als u aan extra vocht toe bent. Of wat dacht u hier van: mocht u met mensen werken die een andere taal spreken, dan is er de ‘Clik earbud’ een klein draagbaar oortje dat in ‘real time’ 37 talen kan vertalen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Nog een lange weg te gaan

Echter, ondanks al deze mooie innovaties blijkt de adoptie van wearables in de zorg behoorlijk langzaam te gaan. Deels terecht wordt er gewezen op bijvoorbeeld privacy issues. Zo waarschuwt filosoof Marli Huijer: ‘De verzamelde data wordt de cloud in gestuurd, waar ze terecht komen bij een fabrikant die er een hoop algoritmes op loslaat. Wanneer u weet dat u uw data hebt ingeleverd, bent u er van bewust dat er een oordeel volgt. En zelfs als directe feedback uit zou blijven, zult u gezond gedrag internaliseren door uw gedrag te veranderen.’.[1]

Tegelijk leert de geschiedenis ons dat nieuwe technologie sowieso altijd tot weerstand leidt. De voorbeelden hiervan zijn legio. Zo sprak H.M. Warner, oprichter van Warner Brothers, ten tijde van de overgang van stomme film naar de gesproken film de legendarische woorden: ‘Wie wil er nu in hemelsnaam acteurs horen praten?’ Een ander voorbeeld van weerstand tegen nieuwe ontwikkelingen speelde bij de introductie van de telefoon. Stowe Boyd, auteur en futurist, schrijft hierover: ‘Toen bedrijven na de Tweede Wereldoorlog begonnen na te denken over de introductie van telefonie (iedereen een eigen toestel op zijn of haar bureau), waren het vooral de senior managers, die zelf al een eigen telefoon hadden, die daar tegen waren. Het grootste bezwaar was dat iedereen het dan voor persoonlijk gebruik zou inzetten. Ze zouden hun moeder gaan bellen en de telefoon gebruiken om te roddelen.’

Verandering en het adopteren van nieuwe technologie is vaak moeilijk omdat mensen de waarde van wat ze nu hebben overschatten en de waarde van wat ze zouden kunnen krijgen – door het oude op te geven – onderschatten. Er zijn een aantal belangrijke redenen voor deze weerstand. De belangrijkste zijn: veranderingen in de inhoud van het werk, veranderingen in sociale contacten en de sociale structuur, verlies van macht en status, onbekendheid, gebrek aan informatie, kwetsbaarheid en aantasting van de eigenwaarde.

Generaties en hun kernwaarden

Tegelijkertijd dient zich in de zorg een generatie werknemers aan die veel makkelijker nieuwe technologie omarmt of waarbij die technologie al zo onlosmakelijk onderdeel is van hun leven, dat ze het niet eens als iets nieuws of niet passend bij hun werk ervaren.  Of ze nu ‘millennials’, ‘generatie Y’, ‘netwerk-’ of ‘Einsteingeneratie’ genoemd worden, er wordt ze een hoge mate van ‘digitale connectivity’ toegedicht. Zij zijn de digital natives: opgegroeid met internet en alle bijbehorende middelen en media. Iedereen die ouder is dan zij, is op zijn best een digital immigrant. Steeds meer digital immigrants zijn weliswaar dermate digitaal verbonden dat ze nagenoeg door kunnen gaan voor digital natives, maar ze kunnen zich altijd nog een niet-virtuele wereld herinneren, wat ze, hoe je het ook wendt of keert, een fundamenteel andere kijk op de nieuwe technologieën geeft.

Zelf werkte ik ooit met een zorginstelling die deze tegenstelling tussen de digitale en de minder digitale generatie aanpakte met een coachingsprogramma waarbij de meer digitaal ervaren (en vaak ook jongere) medewerkers de minder digitaal onderlegde (en vaak oudere) medewerkers op weg hielpen met het gebruik van sociale media, wearables, virtual reality, etc. Of neem het bestuur van een GGZ instelling dat zich maandelijks laat bijpraten door een ‘digitale adviesraad’, bestaande uit 15-20 jarigen waarbij de betaling bestaat uit een flinke stapel pizza’s.

Technologie als integraal onderdeel

Welke technologie het ook is, het is simpelweg niet meer weg te denken uit ons leven, dus ook niet uit ons werk. Het voorgaande vraagt dan ook om professionals die begrijpen dat het gebruik van technologie een steeds belangrijker onderdeel wordt van hun functie. Tegelijk vraagt het ook om leiders die ervoor zorgen dat hun medewerkers met de best mogelijke middelen worden uitgerust.

Toch zien nog steeds veel zorgprofessionals technologie als iets ‘erbij’ en niet als integraal onderdeel van hun werk. En deels is een zekere mate van terughoudendheid ook goed. We moeten niet vergeten dat de inzet van al die beschikbare technologie zoals wearables geen doel op zich is, maar een middel. Als we ons alleen maar laten opjagen door wat er allemaal mogelijk is en wanneer we proberen om elke snipper en byte aan informatie tot ons te nemen, hebben we een groot probleem. Binnen afzienbare tijd zal het namelijk niet langer de vraag zijn of de technologie iets kan doen, maar of wij willen dat die iets kan doen. Technologie kent geen ethiek. Techniek is niet goed of fout; ze is neutraal. Als we geen goed beeld hebben van wat we als organisatie of als individu willen bereiken met alle informatie en technologie die we tot onze beschikking hebben, zullen we er al snel in verzuipen.

Het goede nieuws is dat u al die nieuwe technologie ook niet tot in detail zelf hoeft te doorgronden. Ik heb heel veel professionals en managers ontmoet die niets hadden met technologie, maar die heel open en nieuwsgierig waren en daarom actief mensen om zich heen verzamelden die het wel begrepen. Uiteindelijk is en blijft dat het allerbelangrijkste.

Menno Lanting geldt als dé expert op het gebied van de impact van de snel veranderende wereld op leiderschap, innovatie en hoe wij werken. Hij is veelgevraagd spreker en adviseur. Meer dan 100.000 mensen lazen zijn bestsellers waaronder ‘Connect!’, managementboek van het jaar. Special voor SDB Ayton schrijft hij 10 prikkelende blogs over vernieuwing, leiderschap en innovatie in de zorg.

[1] http://www.ru.nl/radboudreflects/terugblik/terugblik-2017-0/terugblik-2017/17-05-16-arts-app-ethiek-zelfmeten-lezingen/

Sorry, the comment form is closed at this time.