070 357 0800

Extra middelen Waardigheid en Trots

zinvolle daginvulling en deskundig personeel

Het plan staat niet centraal, maar de dialoog binnen de organisatie over de vraag wanneer personeel goed toegerust is en wanneer bewoners een zinvolle dag hebben. Daarom zijn de plannen vormvrij en worden door het zorgkantoor uitsluitend getoetst op instemming van de Centrale Cliëntenraad, VAR en OR. Vanwege de gemiddelde termijnen van interne afstemming is het belangrijk dat zorgaanbieders het gesprek over de invulling van het extra geld direct starten.

Zinvolle daginvulling

Wanneer iemand niet meer de eigen dag kan invullen, dan ondersteunt de zorgaanbieder daarin. Behoud van regie voor de cliënt en aansluiting bij het normale leven is daarbij het uitgangspunt. Om te weten wat voor iemand een zinvolle dag is, verdiepen zorgverleners zich in wat cliënten gewend waren en wat voor hen van waarde is. Ze kunnen het de cliënt zelf vragen of het met hun familie bespreken. Bij het invullen van een zinvolle dag kan een cliënt ook deelnemen aan activiteiten die door een andere organisatie worden geboden dan de zorgaanbieder waar hij verblijft. Daarvoor hoort bij de besteding van de extra middelen ruimte te worden geboden als mensen dat willen. De daginvulling kan samengaan met andere doelstellingen zoals ontmoetingen met andere mensen, betrokkenheid van mantelzorgers of meer bewegen.

Bevorderen deskundigheid personeel

Professionals die zorg verlenen aan kwetsbare ouderen in verpleeghuizen moeten zich toegerust voelen en voldoende deskundig zijn. Niet alleen zijn zij goed opgeleid en voeren ze werkzaamheden uit passend bij hun niveau; ook moeten zij gaandeweg hun loopbaan over voldoende mogelijkheden beschikken zich te blijven ontwikkelen. Voor de besteding van de extra middelen wordt onder deskundigheidsbevordering verstaan het vergroten van kennis over ziektebeelden, kennis over en vaardigheden voor een betere communicatie met cliënten en familieleden, het versterken van de eigen regie van de cliënt en zijn familie en het creëren van ruimte voor (team)reflectie en coaching op de werkplek.

Extra middelen – hoe te verdelen

De aanvullende middelen (in 2016 een bedrag van € 110 miljoen oplopend tot een bedrag van € 180 miljoen in 2020) worden naar rato van de omvang van de intramurale ouderenzorg verdeeld over de contracteerruimte van de zorgkantoren. De middelen betreffen extra activiteiten ten opzichte van al gemaakte inkoopafspraken. De zorgkantoren verdelen dit bedrag over de aanbieders. Daartoe wordt één algemeen verhogingspercentage berekend voor de zzp’s en vpt’s 4 en hoger, inclusief en exclusief behandeling.

Om zorgaanbieders in staat te stellen op tijd het gesprek over de middelen te starten, wordt gewerkt met een voorlopig percentage voor 2016 van 1,3%. Dit betekent dat zorgaanbieders voor afgesproken productie in 2016 een opslag ontvangen van 1,3% van de maximumbeleidsregelwaarde van het betreffende zzp of vpt. Het percentage 2016 zal begin maart definitief worden vastgesteld op grond van gegevens van de NZa over de gerealiseerde productieafspraken 2015 (maar wordt niet lager dan genoemde 1,3%). Het verhogingspercentage geldt dus niet voor de zzp’s en vpt’s 1 tot en met 3, maar mag wel worden besteed aan bewoners met deze zzp’s.

Op basis van een plan

Het bestuur van de zorgaanbieder gaat met de Centrale Cliëntenraad (CCR), de Ondernemingsraad (OR) en indien aanwezig de Verpleegkundigen- of Verzorgenden Adviesraad (VAR) de dialoog aan over de vraag wat een zinvolle daginvulling is en hoe zorgverleners goed toegerust kunnen worden om de desbetreffende cliënten te zorgen. Deze dialoog leidt ertoe dat de zorgaanbieder gezamenlijk met CCR, VAR en OR een plan maakt, evalueert en zo nodig bijstelt over deze onderwerpen en de inzet van de extra middelen. De VAR en OR gebruiken hierbij zoveel mogelijk de input van alle professionals binnen de instelling, waaronder bijvoorbeeld de specialisten ouderengeneeskunde en activiteitenbegeleiders. Er is geen vast formaat voor het plan.

Het zorgkantoor stelt als enige voorwaarde voor het verstekken van de middelen dat de CCR, VAR en OR instemmen met het plan, waarbij de CCR zich concentreert op de daginvulling en de VAR en OR op deskundigheid. De indicatie voor de verhouding tussen de middelen voor besteding en opleidingen is 65% besteding en 35% opleiding, maar de aanbieder kan beargumenteerd afwijken van die verdeling. Indien hij dat doet, zal ook de CCR, OR en indien aanwezig de VAR goedkeuring moeten geven aan het schuiven van de middelen tussen dagbesteding en opleiding.

Eerste stappen naar strategische opleidingsplannen

Bestuurders van zorgaanbieders hebben een leidende rol om op systematische wijze de deskundigheid van hun personeel en de zorgvraag van hun cliënten op elkaar af te stemmen. Dit kan in de komende jaren sterker worden ontwikkeld. Dan gaat het niet om het maken van plannen op papier, maar om – vanuit een strategische visie op de toekomst van de instelling – een analyse te maken en een dialoog te voeren over keuzes voor het versterken van deskundigheid.

Gedurende vier jaar (2016-2020) hebben zorgaanbieders de tijd om de plannen voor deskundigheidsbevordering naar de in Waardigheid en trots beschreven werkwijze van meerjarige, strategische opleidingsplannen toe te laten groeien. Als in deze vier jaar een zorgaanbieder een dergelijk strategisch opleidingsplan indient, maakt het zorgkantoor meerjarige afspraken met de aanbieder over de door de CCR, OR en VAR goedgekeurde inzet van de aanvullende middelen voor een zinvolle daginvulling en voor deskundigheid, met een looptijd tot uiterlijk 1 januari 2020. Deze meerjarige afspraken worden gemaakt binnen het financiële kader dat voor Waardigheid en trots beschikbaar is binnen de contracteerruimte.

Rekentool

Op grond van het voorlopige percentage kunt u met bijgaande rekentool zelf een indicatieve berekening maken van de middelen voor ‘Waardigheid en Trots’ voor uw organisatie. Daartoe vult u in de groene vakjes de afgesproken productie voor 2016 (in aantal dagen) in voor de betreffende zzp’s en vpt’s. Zorgkantoren hebben zoals gebruikelijk in de eerste ronde productieafspraken nog niet al hun middelen ingezet. U kunt er dus ook voor kiezen om in de groene vakjes een inschatting op te geven van de verwachte goedgekeurde productie bij de nacalculatie. Aan deze berekening kunnen uiteraard geen rechten worden ontleend.

Het percentage 2016 zal in het voorjaar van 2016 definitief worden vastgesteld door de NZa (maar wordt niet lager dan genoemde 1,3%).

Hulpmiddel 
Deze rekentool is een hulpmiddel voor het berekenen van de omvang van de extra W & T-middelen. Aan de uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend. Hoewel met zorg samengesteld is het evenwel niet geheel uitgesloten dat de tool onjuistheden of onvolkomenheden bevat.

Sorry, the comment form is closed at this time.