070 357 0800

Gemeenten ontvangen minder geld voor Wmo en Jeugdzorg

In 2017 ontvangen gemeenten 179 miljoen euro minder voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en 47 miljoen euro minder voor Jeugdzorg. Cliënten zijn ten onrechte ingedeeld onder de Wmo en Jeugdzorg, terwijl zij in werkelijkheid onder de Wet langdurige zorg (Wlz) blijken te vallen. Het overgangsrecht voor mensen met een Volledig Pakket Thuis (VPT) is levenslang verlengd, waardoor dit ook onder de Wlz valt.

Herinstromers Wlz
Veruit het grootste bedrag komt voor rekening van zogeheten herinstromers in de Wlz. Dit betreft een groep van 12.000 thuiswonende cliënten met een zware zorgvraag. Eind 2014 hebben zij zich niet gemeld voor het overgangsrecht voor Wlz-indiceerbaren, omdat zij tevreden waren met voortzetting van hun zorg door gemeenten. In 2015 zijn zij vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) overgeheveld naar gemeenten. Uit cijfers van het CBS blijkt echter dat veel van deze cliënten alsnog onder de Wlz vallen, veelal via een persoonsgebonden budget (PGB).

Variërende kosten
In 2015 waren gemeenten volgens de Wmo verantwoordelijk voor verstandelijk gehandicapte mensen die tijdelijk hulp nodig hadden. Deze middelen zijn echter niet overgeheveld vanuit de AWBZ, doordat deze groep niet afzonderlijk te herleiden is vanuit de gegevens van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Bedrijfskundig onderzoeks- en adviesbureau HHM heeft geprobeerd deze doelgroep beter in beeld te krijgen, maar kan op basis daarvan geen goede inschatting maken van de kosten. Volgens HHM kunnen deze variëren van 27,2 miljoen euro tot 298,6 miljoen euro. Het ministerie van VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn overeengekomen het gemeentefonds voor deze doelgroep structureel te verhogen met 60 miljoen euro. Voor gemeenten valt gemiddeld de balans negatief uit.

Link:
https://www.zorgvisie.nl/Financien/Nieuws/2016/9/Gemeenten-krijgen-minder-geld-voor-Wmo-en-Jeugd/

Sorry, the comment form is closed at this time.