070 357 0800

Blog 5 van Menno Lanting: Robots in de zorg: zorg of zegen?

Een tijdje terug viel ik tijdens het zappen ‘toevallig’ in het SBS6 programma ‘De wereld volgens 80-jarigen’. In deze aflevering ging het onder andere over de inzet van robots in de ouderenzorg. Een item toonde een oma die via een ‘iPad-robot’ – een iPad gemonteerd op een rijdende robot – een gesprekje probeerde te voeren met haar kleinkinderen. Ondanks haar blijmoedige pogingen om op deze voor haar toch niet heel handige manier te communiceren, overviel me een beetje een triest gevoel. Diep van binnen hoopte ik namelijk vurig dat de kinderen ook nog heel vaak zelf langs komen om haar een knuffel te geven. Het tafereel met de iPad-robot kreeg overigens nog een wrang, licht humoristische wending toen de iPad robot keihard tegen de neus van oma opreed. Waarschijnlijk omdat de kinderen digitaal de afstand net wat verkeerd ingeschat hadden.

Wat is dat toch, onze fascinatie met robots? Tot voor kort zagen we computers en robots vooral als een handig verlengstuk van onszelf: best slim en handig, maar ons brein was oneindig veel complexer, en computers zouden nooit in staat zijn tot zelflerend gedrag en het herkennen van emoties en creativiteit. En nu staan we wellicht op de drempel van wat de futuroloog Ray Kurzweil al langer voorspelt: de samensmelting van mens en machine. Aan de basis van de visie van Kurzweil ligt de ongekende groei in computerkracht. In het boek Abundance maken auteurs Peter Diamandis en Steven Kotler een vergelijking tussen de Osbourne Executive Portable, zo ongeveer de beste pc die je in 1982 kon kopen, en de eerste iPhone, die in 2007 uitkwam. De iPhone kostte slechts een tiende van wat de Osbourne destijds kostte en woog maar een honderdste van zijn niet al te verre voorganger. Nog verbazingwekkender: de iPhone was 150 maal sneller en had 100.000 maal meer geheugen. Kurzweil trok deze exponentiële trend door en voorspelt dat de gemiddelde computer over vijftien jaar de rekenkracht heeft van een menselijk brein, en over twintig jaar een rekenkracht die gelijkstaat aan de hersencapaciteit van alle aardbewoners samen. Hij denkt dat mens en computer uiteindelijk zullen samengaan, waardoor wij enorme extra capaciteit en mogelijkheden zullen krijgen. Een soort van menselijke robot met ovenmenselijke capaciteiten.

Robot versus mens

Met deze kennis en mijn eigen, ambivalente gevoelens over de zin en onzin van robots in de zorg, verbaast het me allerminst dat bijna elke presentatie die ik geef er wel iemand in het publiek is die hetzelfde issue aan de orde brengt: ‘Maar Menno, wat betekent deze digitale tijd voor het persoonlijke contact? Straks praten we alleen nog online met elkaar, of nog erger, alleen nog maar met robots.’ Een heel begrijpelijke vraag, waar velen mee worstelen.

De technologische ontwikkelingen gaan heel snel, daar doe je niets aan, maar we hebben zelf in de hand hoe we die technologie inzetten en hoe we ons beschermen tegen een dergelijk angst inboezemend toekomstbeeld. Het bovenstaande betekent bijvoorbeeld voor veel mensen (ook in de zorg) de noodzaak om op een andere manier invulling te geven aan hun werk. Nu de vaardigheden van computers die van mensen op veel gebieden overstijgen en werk “ontmenselijkt” wordt, moeten we ons richten op vaardigheden en kwaliteiten waarin mensen zich onderscheiden van elke denkbare machine. Creativiteit en innovatie zijn het hart van deze menselijke kwaliteiten.

We moeten naar mijn stellige overtuiging technologie, zoals robots in de zorg, dan ook juist niet gebruiken op de plekken en momenten dat persoonlijk contact mogelijk, nodig en belangrijk is. Dat is wel wat er in veel organisaties gebeurt. Tegelijk dragen veel van de dingen die zorgprofessionals op een werkdag doen niet direct bij aan datgene waarvoor we eigenlijk aan een baan begonnen zijn: vergaderen, rapporteren, etc. Nieuwe technologie, zoals robots en slimme software, maakt het mogelijk die zaken sneller of beter af te handelen. Iemand vertelde me onlangs dat het managementteam van een instelling voor ouderenzorg had besloten om het pragmatische stuk per WhatsApp en Google Hangouts te doen; dat ging een stuk sneller. De gewonnen tijd werd gebruikt om juist meer persoonlijke aandacht te geven aan de bewoners. Doordat de meer bureaucratische zaken al afgehandeld waren, was er veel meer aandacht en tijd voor de wellicht werkelijk belangrijke zaken.

Robotisering in de praktijk

De wat treurige conclusie is dat we technologie als robots nog te vaak zien als vervanging van de mens, dan als een instrument om routineklusjes – die eigenlijk niet direct aan het einddoel bijdragen – voor ons op te knappen. Tegelijk is de toepassing van nieuwe technologie op de werkvloer iets waar veel zorgorganisaties mee te maken hebben. Technologische innovatie is echter niet alleen een technische verandering, maar nog veel meer een sociale, met invloed op het gedrag van individuen en groepen in organisaties. Daarbij is het een structuurverandering die de stroom van informatie en de werkprocessen in de organisatie verandert.

Door digitale technologie (en dit gaat veel verder dan alleen robots) op een slimme manier binnen de organisatie in te zetten kunnen organisaties veel sneller en flexibeler functioneren, dit door kennis, talenten en verbindingen inzichtelijk en inzetbaar te maken die voorheen niet of nauwelijks erkend en onderkend werden. Dat lukt alleen als ook het tweede pad succesvol gevolgd wordt; dat is de route waarbij de cultuur, structuur en de manier van samenwerken en leidinggeven zo zijn dat het ideale samenspel ontstaat tussen passie, kennis en ervaring van medewerkers en cliënten en de faciliterende, versnellende en analyserende kracht van digitale technologie. Dat lijkt me om te beginnen een zinniger aanpak dan de inzet van archetype robots die, als je niet oppast, ook nog tegen oma oprijden.

Impact nieuwe technologie

En er is nog een ander punt als het gaat om robots en andere nieuwe technologie. We kunnen namelijk zo onder de indruk raken van de snelle veranderingen om ons heen, dat we het effect ervan overschatten. Organisaties overschatten dan hoe snel een (schijnbare) ontwrichtende ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld robotisering, effect heeft, hoeveel impact die zal hebben op een sector of organisatie én de mate waarin u de ontwikkeling kunt sturen. De werkelijkheid is meestal veel complexer. Meestal overschatten we op korte termijn de impact van een nieuwe technologie, terwijl we diezelfde technologie op langere termijn juist vaak onderschatten.

Het kan dan lang niet altijd kwaad om even te wachten met het adopteren van nieuwe technologie. Organisaties die veel te vroeg anticiperen op een innovatie krijgen regelmatig te maken met teleurstellingen omdat de technologie nog lang niet rijp is en ook de medewerkers of cliënten nog niet klaar zijn voor de omslag. Het risico is dat dan door regelmatige mislukkingen er juist een steeds grotere afkeer van innoveren en experimenteren ontstaat. Simpelweg omdat men te vaak de neus gestoten heeft.

Dit alles betekent overigens niet dat we nieuwe technologie, zoals robots in de zorg, per definitie terzijde moeten schuiven. We moeten ons wel terdege bewust zijn van het feit dat we ook een visie moeten ontwikkelen over wat we willen dat deze robots wel en niet van ons gaan overnemen. Mijn stelling daarbij zou zijn: meer mens door samenwerken met robots, in plaats van minder mens door vervanging door robots.

Menno Lanting geldt als dé expert op het gebied van de impact van de snel veranderende wereld op leiderschap, innovatie en hoe wij werken. Hij is veelgevraagd spreker en adviseur. Meer dan 100.000 mensen lazen zijn bestsellers waaronder ‘Connect!’, managementboek van het jaar. Special voor SDB Ayton schrijft hij 10 prikkelende blogs over vernieuwing, leiderschap en innovatie in de zorg.

Sorry, the comment form is closed at this time.